fbpx

Meer weten?

Rutger vertelt je er graag over.

0341 437 100

r.van.der.graaff@allinq.nl

Deze case hebben we uitgevoerd in samenwerking met ProRail.

In heel Europa krijgt het treinverkeer een nieuw beveiligingssysteem. Dat is een forse uitdaging, want in tegenstelling tot de luchtvaart is het spoor altijd lokaal ontwikkeld. Daarom heeft ieder land zijn eigen beveiligingssysteem. Daar wil de Europese Unie nu vanaf, onder meer om internationaal reizen met de trein aantrekkelijker te maken.

Alle landen in Europa zijn dus bezig met de uitrol van dit European Rail Traffic Management System (ERTMS). Dit moet klaar zijn in 2050. “Dit nieuwe beveiligingssysteem zorgt ervoor dat we op de spoorinfrastructuur meer treinen kunnen laten rijden. Dat moet veilig gebeuren”, zegt John de Voogd van ProRail. Hij is projectmanager voor het project ASAP (Aanbesteding Snellere AanPak). Het doel van ASAP is om met nog niet bij het spoor gebruikte technieken de implementatie van ERTMS te versnellen.

Bijzonder project

De Voogd: “ASAP is een bijzonder project voor ProRail, want meestal specificeren wij zelf wat we nodig hebben en laten dit door de markt bouwen. Maar nu vragen we aan de markt om zelf met ideeën te komen voor ASAP, en deze technieken verder te ontwikkelen en toe te spitsen op de spooromgeving in een zogenoemd innovatiepartnerschap. Dat is een speciale aanbestedingsvorm in de Aanbestedingswet, waardoor ook partijen die eigenlijk niet zo bekend zijn bij het spoor toch kunnen meedoen.”

Zo kreeg Allinq Digital de kans om een aantal innovatieve ideeën, opgedaan in de telecombranche, in te brengen. “Een van de onderdelen van de aanbesteding had te maken met een groot probleem: naast het spoor ligt een hele infrastructuur van kabels, en het ERTMS-programma bestaat voor ongeveer de helft uit graven en bekabelen.”

Detecteren van kabels

Het probleem is dat er al veel kabels langs het spoor liggen. Voordat je gaat graven, is het dus belangrijk om te weten waar je dat veilig kunt doen. “We graven regelmatig door bestaande kabels heen bij het leggen van nieuwe bekabeling, want de realiteit is dat we niet met voldoende betrouwbaarheid en nauwkeurigheid weten waar die kabels precies liggen. Ze liggen wel ergens langs het spoor, maar dat zegt niet alles.”

“Want waar je kabels neerlegt, liggen ze tien jaar later vaak niet meer. De grond in Nederland beweegt door allerlei krachten in de bodem, en dat kan zomaar zorgen voor twintig centimeter verplaatsing. Dat lijkt misschien weinig, maar het verschil tussen door een kabel heen graven of ernaast zitten is letterlijk één spadebreedte. Het detecteren van kabels voordat je gaat graven is daarom belangrijk.”

Innovaties

Hij vervolgt: “Allinq Digital heeft een aantal innovaties voorgesteld die elkaar versterken. Ze hebben verschillende detectiemethodes om kabels en buizen te lokaliseren, en verschillende graafmethodes. Dat is interessant, omdat we ervan overtuigd zijn dat er niet één oplossing is die overal werkt. Nederland heeft een gevarieerde bodem, van klei tot zand en keien. Voor elke situatie heb je een andere detectie- en graafmethode nodig. De technologie van Allinq Digital sluit daarop aan. En ze brengen kennis mee uit een andere branche, waar we van kunnen leren.”

Hij noemt een voorbeeld: “Normaal gesproken graven we bij kabels en buizen proefsleuven om te bepalen waar de kabel of buis op twee punten ligt, en gaan ervan uit dat die daartussen ongeveer een rechte lijn volgt. Maar in praktijk liggen kabels vrijwel nooit recht. Op een traject van enkele honderden meters kan een kabel aanzienlijk afwijken van de rechte lijn.”

Allinq Digital heeft onder meer een methode bedacht om buizen en leidingen te detecteren met behulp van een meetprobe. “Hierbij brengen ze een sensor of een klein zendertje, bevestigd aan een draad, in een buis. Ze duwen dat door de buis onder de grond, en vervolgens kan iemand boven de grond met een antenne exact volgen waar de buis ligt.”

“Daarnaast hebben we twee soorten matrixscanners ingezet voor het detecteren van kabels. Wanneer je een signaal op een kabel zet, kun je dat signaal volgen met een sensor op wielen. Dit systeem kunnen we uitbreiden met meerdere sensoren om nog nauwkeuriger te meten.”

Veilig graven

Het sleutelwoord is volgens hem veilig graven. “Omdat ik het heb over het detecteren van kabels, lijkt het erop dat het om de kabels gaat. Maar daar gaat het me eigenlijk niet om. Ik wil namelijk niet weten waar een kabel ligt, ik wil weten waar géén kabel ligt. Waar Allinq Digital ons bijvoorbeeld ook mee helpt, is bepalen hoe groot de benodigde nauwkeurigheid van kabeldetectie moet zijn, afhankelijk van de ondergrond en gebruikte techniek. Welke techniek is geschikt voor een bepaalde ondergrond of specifieke omstandigheden?”

“Wat ik aantrekkelijk vind aan Allinq Digital is hun pragmatische manier van innoveren. Innoveren doen zij letterlijk met de soldeerbout en het lasapparaat in de hand. Dat iteratieve proces is heel interessant. We kunnen op basis van onze ervaringen voortdurend verbeteringen doorvoeren. Dit innovatiepartnerschap werkt dus heel goed. Met deze technieken kunnen we het benodigde aantal proefsleuven beperken én mede daarmee het aantal graafschades naar beneden brengen. Onze ambitie is om zo ERTMS zo efficiënt mogelijk te laten verlopen.”